Primitief geld e.d.

Kanogeld.

 

Gebruikt in de Mekong delta in het koninkrijk van Luang Prabang (Noord Laos 1707 – 1889) door het “Laos” volk.

De gegoten staafjes (ook wel “Lats” genaamd) zijn van  koper, messing of een daarvan afgeleide legering. Kleuren variëren.

In een partij van ca. 120 stuks varieerden de gewichten van ca. 17 tot 63 gram, de lengten van ca. 63 tot 100 mm en de breedte van ca. 10 tot 16 mm.

Er komen geen stempels op voor. De uiteinden zijn recht of rond. Vanwege de opstaande kanten en uiteinden, die ze sterk op kano’s doen lijken, worden ze kanogeld genoemd.

 

 

Er zijn een groot aantal “kanootjes”, met veel verschillende afmetingen,  in onze voorraad aanwezig.

 

Kosten per stuk                                        verkocht

Kaurischelpen.

 

Kaurischelpen werden vaak als betaalmiddel gebruikt (China, Afrika, Nieuw-Guinea, Indonesië, op de eilanden van de Stille Zuidzee, zoals Fiji en Tonga). De schepen van de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) hebben kaurischelpen, met name de geldkauri, verhandeld en gebruikt als betaalmiddel. Er werden o.a. slaven mee gekocht. In delen van Afrika werden de schelpen als speelgeld gebruikt. Door schoonmaken van ruimen of het vergaan van VOC-schepen zijn kauri-schelpen ook in Nederlandse kustwateren terechtgekomen. Heel af en toe spoelt er een aan op stranden van de Zeeuwse eilanden of de voormalige Zuiderzee.

(info: Wikipedia en Muntalmanak).

 

Er zijn een groot aantal kleine schelpjes in onze voorraad,. Hebben allemaal een gaatje.

Kosten per stuk                                        € 1,00

 

Een enkele schelpje heeft geen gaatje. 

 

Kosten per stuk                                       € 2,50

Birmingham manilla’s (groot).

 

Deze manilla’s kosten per stuk   € 8,50

 

Birmingham manilla’s (klein).

 

Deze manilla’s kosten per stuk   € 12,50

 

De hierboven getoonde manilla’s zien er wat kopergroen kleurig, aangeslagen, uit. 

 

Door ze regelmatig aan te raken zal er weer een diep patina ontstaan.

 

Gegoten manilla’s.

 

Er zitten ook enkele gegoten manilla’s in onze voorraad. Interesse?? Laat ons het, via het contact-formulier,  weten.  

Misschien zit er iets bruikbaars voor u bij.

 

RINGENGELD EN MANILLA’S

 

Aan  de Afrikaanse slavenkust ligt de bakermat van het ringengeld en de manilla’s (armbanden). Oorspronkelijk van koper of messing, later ook soms uit ijzer of andere metaallegeringen, werden ze gedurende lange tijd het overheersende betaal-ruilmiddel van de Goudkust tot diep in de Niger.

Zoals de naam reeds doet vermoeden stamt de naam ‘manilla’ uit het Portugees. Het woord is een samenvoeging van de Portugese woorden mao (hand) en anilho (ring), samen manilha.

De Portugezen voeren sinds het begin van de 15e eeuw op de Afrikaanse westkust. Uit op de kusten vergane schepen visten de inlanders (verbogen en gedraaide) koperen bouten op. Zij beschouwden deze als waardevol en verlangden er van de Por­tugese en andere handelslieden, in plaats van het gladde koper dat eerder werd aangevoerd, meer van.

Of ringen (van wat voor metaal dan ook) al kort voor de Portugese tijd in Afrika gebruikt werden is niet bekend. Hun gelijkenis met prehistorische ringen (bronzen tijdperk), die mogelijk als geld (ruilmiddel) op vele plaatsen op aarde gebruikt zijn, is echter verbluffend. 

Al kort nadat de Portugezen de Afrikaanse koper­behoefte ontdekt hadden begonnen zij grote hoe­veelheden koper, in manilla-vorm en als ruwe ko­perplaten, naar Afrika te exporteren. Dit koper werd overal in Europa gewonnen. Het Hongaarse koper uit Neusohl (thans in Slowakije) werd bij­voorbeeld via de Elbe en de Noordzee naar Portu­gal verscheept en daar vandaan verder naar Afrika.

Ook Engelse en (natuurlijk) Hollandse handelslie­den begonnen zich met de lukratieve handel te bemoeien. De Engelsen gingen de manilla’s zelfs op den duur industrieel vervaardigen (Birmingham manilla’s die thans het meest voorhanden zijn).

‘Slimme’ handelslieden die poogden de manilla’s uit voordeliger metalen dan de gebruikelijke me­taallegeringen te vervaardigen kwamen van de koude kermis thuis. De Afrikanen accepteerden dit niet (de ringen gaven bij aantikken geen helder geluid) en stuurden de ladingen als waardeloos te­rug.

De manilla’s waren na verloop van tijd gemeen­goed in bijna alle West-afrikaanse landen. De be­volking nam, ook na het vinden van koper in de ei­gen landen, de productie zelf ter hand. De inlands vervaardigde ringen zijn veelal vakkundig ge­smeed,  gemodelleerd of gegraveerd. De vorm, ge­vlochten, gedraaid of gekruld en versierd, werd meestal eerst in bijenwas geboetseerd. De wassen ‘vorm’ werd ingepakt in vormklei of zand waarna het vloeibaar gemaakt metaal de was in de vorm deed smelten en verdampen. Na afpellen van de schil bleef een fraai, zij enigszins ruwe, ring over.

De handelswaarde van de ringen is aan variatie onderhevig geweest. Aan het einde van de 15e eeuw werd 8 à 15 (koperen) ringen voor een slaaf als een eerlijke ruil beschouwd. In 1699 werden eens 500 slaven verhandeld voor 2 koperen ringen per stuk.

Ook na het invoeren van de koloniale geldstelsels is het ringengeld, ondanks tegenwerking van de overheden, nog lange tijd populair gebleven. In Nigeria, waar de ringen pas in 1949 officieel afge­schaft werden, gingen er toen 5 a 6 ringen in een shilling. Op andere plaatsen kon men voor 12 ringen een varken krijgen. De vorm was op het laatst modegevoelig. Bij een verandering van de mode (gietvorm) kon een ring vrij snel zijn waarde verliezen.

Hoewel niet exact bekend, denkt men dat in afge­legen gebieden de ringen ook nu nog in om­loop zijn.

Een portemonnaie was nauwelijks bekend. De ringen stonden op stokken voor de hut en dit werd geëerbiedigd. Zo kon al op afstand de welvaart van de bewoner herkend worden. Soms werd een enkele ring als sieraad gedragen. Als sieraad komt men ze nu ook hier regelmatig tegen. Aan rubber banden geregen werden ze soms vervoerd.

Na de oorlog zijn de ringen massaal omgesmolten. Metaalhandelaren in Amsterdam melden nu, bij het zien van manilla’s en ringen, deze in de vijftiger ja­ren, zonder te weten wat het was, in grote hoe­veelheden verwerkt te hebben.

 

 

literatuur:

Quiggin, Survey of primitve money.

Samlung Kohler-Osbahr.

Knijnsberg, primitief geld.

 

Ringengeld. Mesvorm.

West Afrika.

 

 

Jaar: 19e eeuw

Mat.: brons

Afm.: ∅ 95 mm. gat ~∅ 45 mm

Gew.: 1020 gr.

Fabr.: lokaal handwerk. Verloren was

gieten.

Bijz.: de ring kan in tweeën gedeeld

worden. De delen grijpen met “messen” in elkaar. Als borg tegen openklappen zat er een metalen pennetje in. Dit is in de tijd verrot maar nog wel deels  aanwezig.

Categorie: ringengeld

 

ORing001             verkocht

7E05072021

Speelfishes.

 

Aziatische of oude Chinese score chips voor kaart en gokspelen. Ca. 1750 á 1850.

 

Parelmoer.

 

De fisches zijn met de hand gegrafeerd. Ze lijken vaak op elkaar maar de onderlinge verschillen in details zijn groot.

 

Fisches kosten per stuk                verkocht

 

Ashanti goudgewichtjes.

 

Vervaardigd door de Akan Ashanti stam (Ghana).

 

Ca. 19e tot 2e helft 20e eeuw.

 

Lokaal bekend als mrammou.

 

Elk van de beeldjes en blokjes is uniek. Ze werden in was, handmatig,  geboetseerd en gegoten.

 

 

 

Beeldjes en blokjes kosten per stuk      verkocht

Siamees theegeld.

 

Werd in Thailand (Siam) gebruikt in de 18e en begin 19e eeuw. Vanaf 1868 verboden.

 

Porselein. Pee-money. Hadden geen waarde-aanduiding. Veel gebruikt als gokgeld (in theehuis, gokpaleis en bordeel) maar buiten de “casino’s” ook geaccepteerd bij betaling.

 

 

 

Diverse prijzen. Zie de kaartjes.

 

Deze foto dient als voorbeeld. De hier getoonde penninkjes zijn niet meer beschikbaar.

Op aanvraag wordt u de actuele voorraad getoond.